Category Archives: Indoblog

Dekolonisatie Rapport*

Tijdens de presentatie van het op 17 februari 2022 verschenen rapport over de periode 1945-1950 barst er opnieuw een soort bom, 70 jaar later. Dit keer in de media met het hele circus eromheen dat nogal losgaat. Mark Rutte begint, terecht, met excuses maken, veteranen voelen de pijn van een in de lucht zwevende beschuldiging en het onderzoeksteam heeft haar stinkende best gedaan om een degelijk rapport te schrijven in de tijdgeest van nú, maar met inhoud van toen. De complexiteit van dit project is voor veel mensen niet te bevatten. Vooral niet voor mensen die dicht op het onderwerp lijken te staan. De focus van dit onderzoek, het kan niet vaak genoeg gezegd worden, ligt op het extreme geweld dat is gepleegd door de Nederlandse Krijgsmacht als geheel. We weten allemaal dat Generaal Spoor niet zuiver was en ook dat Raymond Westerling flink huis gehouden heeft. Daar gaat dit rapport dus niet over, het is veelomvattender dan dat.

Hoe komt het dat er al die jaren geen rekenschap is afgelegd? Dat is waar dit rapport over gaat. De situatie had kunnen veranderen na de openbaringen van Joop Huetink in 1969, maar dat gebeurde óók niet. Dat gebeurde pas in 2016 toen de “Brandende Kampongs van Generaal Spoor” verscheen, door Rémy Limpach. Daarna klonk er een roep om een onafhankelijk onderzoek naar deze periode. Dit, ook dit kan niet genoeg benadrukt worden, onafhankelijke onderzoek is deels gefinancierd door de overheid. Ook niet meer dan terecht. In een behoorlijke omvang zijn er collega’s geraadpleegd uit Indonesië, ik zeg expres niet Indië, en die hebben makkelijker toegang kunnen krijgen tot lokale bronnen. Deze bronnen zullen voorlopig helaas wel gesloten blijven voor de rest van de wereld.

Het Nederlandse team heeft ontzettend veel interviews gedaan met veteranen en mensen die dicht op het vuur zaten. In “De Indische Rekening” zien we al een soort van “sneak-preview” van zo’n interview. De manier waarop de meeste veteranen spreken valt mij behoorlijk zwaar. Tegelijk voelt het ook als een soort berusting en lijkt dit rechtstreeks tegenstrijdig met de uitkomsten van dit onderzoek. De veteranen staan nog steeds achter zichzelf en hun maten. Zowel de totok’s als de Indo-Europeanen, voor zover deze mensen nog leven.

Die houding en de uitkomsten van het onderzoek, het gebruik van extreem geweld, vind ik een beangstigende conclusie. De nadruk wordt gelegd op de krijgsmacht als instituut en de regering als eindverantwoordelijk, niet de individuele bataljons, eenheden of manschappen. Uiteindelijk heeft iemand wel, in opdracht of niet, deze daden en “bevelen” uitgevoerd. Mijn grootvader zat bij het KNIL. Daarom kwamen zij hier heen. Er komen gedachten bij mij op die bepaalde kanten op gaan. Gedachten, gevoelens en vragen die ik niet meer beantwoord ga krijgen.

In het licht van de complexiteit van dit onderzoek en de betreffende deelprojecten, die 12(!) publicaties in de vorm van boeken gaan opleveren, vind ik niet de antwoorden die ik zoek. Hooguit roept dit meer vragen op, en dat zal voor niet alleen voor mij gelden. Ik heb een enorm respect voor de mensen die het aandurfden om dit onderzoek op te pakken en zich daarin vast te bijten. Mijn hoop is dan ook dat dit onderzoek naar andere paden gaat leiden en deuren op een kier gaat zetten.

* De titel klopt niet met de inhoud, maar ja, dat is nu even niet anders.

De Indische Rekening

Adoe, laat maar. Het sentiment van de meeste eerste en tweede generatie Indische mensen. NPO2 presenteert de Indische Rekening op een zilveren schaaltje. Mijn grootouders en moeder zijn er onder de streep redelijk van afgekomen, maar Generatie Drie waaronder ik val, heeft er steeds meer moeite mee dat niet over het “Paradijs” gepraat wordt. Meestal wordt er een beetje weemoedig teruggedacht aan de parelwitte stranden en smaragd-blauwe zeeën. Daarna gaat het vaak over de geur van de keuken en de feesten en partijen, vaak samen met de “Hollandsche jongens” van de marine. Opa heeft voor Nederland gevochten, nou ja, niet echt gevochten hoor. Gewoon drie jaar in een Japans POW kamp gezeten, Fukuoka 7B, voorheen nummer 10, bij Nagasaki. Drie jaar kolen hakken in de mijnen. Dwangarbeid noemen ze dat geloof ik.

Hadden we het daar dan nooit over? Een heel klein beetje, maar nooit zonder wrange bijsmaak. Het broertje van oma, hij werkte aan een of andere spoorlijn in Birma denk ik, heeft tot op de dag van vandaag een intense hekel aan alles wat met Japan te maken heeft. Van auto’s tot wasabi. Opa daarentegen niet. Die heeft tot op vrij hoge leeftijd auto gereden, altijd in een Toyota of Nissan. Het enige verhaal wat mij ooit ter ore is gekomen is dat van een medegevangene van Opa. De man was ziek, zwak en gebroken en Opa gaf hem een beetje van zijn eten. De Japanners aarzelden niet en gaven zijn medegevangene zonder enige scrupules een pistoolschot door het hoofd.

Omdat Generatie Drie toch dingen wil weten ga je maar eens op zoek. Tegenwoordig is dat een fluitje van een cent door alle datahonger die iedereen heeft. Veel bronnen zijn publiek toegankelijk vanaf de bank met een zak chips naast je en een laptop op schoot. De hele wereld onder handbereik. Het begin was de digitalisatie van de Interneringskaarten door het Nationaal Archief. Tijdens de capitulatie zijn deze kaarten allemaal door de Amerikaanse marine in beslag genomen. Destijds meegenomen naar Amerika, maar nu voor een groot deel teruggekomen en ingescand op onwijs hoge kwaliteit. De medewerkers van het Nationaal Archief zijn mijn digitale helden trouwens, wat een service. Op de Interneringskaarten staat een schat aan informatie. Je kan een hoop van de Japanners vinden, maar hun administratie was minstens zo goed als die van hun Duitse evenknie in Europa. “Van het dak gevallen tijdens werkzaamheden” is bijvoorbeeld een doodsoorzaak. “Stoffelijk overschot verstuurd naar Nederland”, “Weduwe van … “, enzovoorts. De vertalingen van het Japans zijn ook al voor je gedaan trouwens, hoef je helemaal niets voor te doen behalve een handje chips nemen en lezen.

Interneringskaart van A.L. Hildebrand (Opa), bron: Nationaal Archief
Luchtfoto van Fukuoka 7B, bron: Mansell.com

Dit is Generatie Drie aan het onderzoeken. Het uitspreken van dingen die ons altijd afgeleerd zijn: gewoon je best doen, hard werken en niet klagen. Een bewonderenswaardige mentaliteit voor mensen die zoveel doorgemaakt hebben, maar ook oorzaak van frustratie bij latere generaties. Na de oorlog op een gigantisch schip en na drie maanden, met een baby op de arm en nog vier kinderen aan het been, gedwongen te verhuizen kom je aan in het koude Nederland tijdens de winter van ’69 en krijg je van de hospita rijst met suiker. Rijst met suiker mensen! En nog altijd niet klagen hè? Families verspreid over de hele wereld. Amerika, Australië en dus ook Nederland. Dat was de keuze voor iedereen, maar ook voor iedereen apart. Opgevangen in Budel, Westerbork of andere naargeestige plaatsen waar het nog spookte. Sommigen blij gemaakt met een dooie mus, anderen in stil zwijgen gehuld en hun lot accepterend. 

“Diploma’s? Nee meneer, die worden hier niet erkend”. Saillant detail, dit was het zelfde diploma als van z’n Hollandse collega-aannemers. “Een huis mevrouw? Nee, daar kunnen we niet aan beginnen”. Dat hebben ze op het gemeentehuis in Utrecht geweten. Oma ging daar met een stel jengelende kinderen heen om te wachten tot ze een huis toegewezen kreeg. Daar ging ze met een sleutel weg dus. En nog altijd niet klagen hè? Mensen van actie, doen, je niet laten kisten, geen hulp vragen.

Opa, Oma en moeder in het Paradijs, omstreeks ’52, bron: familiearchief

Ondertussen heb ik mij wel laten kisten en vraag ik wel om hulp. Voortkomend uit die merkwaardige acceptatie van een lot en je over dingen heen zettend kan ik dat niet meer af zonder hulp van mensen om mij heen. De BLM beweging, de polarisatie in het huidige klimaat, de rellen om een museum dat “Bersiap” gebruikt op een volgens iedereen verkeerde manier, de excuses voor een slavernijverleden en het kolonialisme, de bezetting, de “politionele acties”. Enfin, sommige dingen bouwen karakter en sommige dingen breken karakter af.

Is dan alles zo slecht, joh? Nee hoor, de goede dingen zijn samen met familie dingen doen, als het even kan met z’n alle in de keuken. Oma kookt niet zoveel meer. Dat heeft Generatie Twee en Drie overgenomen. Vanuit een meer gemengde invloed, ik ben gek op stamppot, ook kijkend naar de Indische kant. Mensen als Vanja van der Leeden die daar fantastische boeken over schrijven en ons meenemen op hun ontdekkingsreis. Familie en eten. Dat zijn nog altijd sleutelwoorden als het om “Indië” gaat. Ook delen met mensen is belangrijk, daarom laat ik mensen altijd, letterlijk, proeven van de smaak van Indië.

De streep kan nog niet door de Indische Rekening, maar opgeteld zijn we op de goede weg.